Hoe groot ben jij?

6 01 2011

Op de salontafel van de patio loopt een mier. De mier gaat snel over de tafel en komt een schoteltje tegen, daar loopt het beestje omheen om vervolgens te stuiten op de aardewerk asbak. Wat zal de mier zich klein voelen op dat moment. Als hij omhoog kijkt ziet hij een enorme reus staan die op hem let in zijn doen en laten. Die grote reus dat ben ik. Maar ook die grote reus voelt zich wel eens klein. De afgelopen twee dagen had ik mij niet kleiner kunnen voelen in Rio de Janeiro.

Gisteren was ik in Jardím Botanico in het zuidwesten van Rio de Janeiro. Deze tuin heeft slechts een oppervlakte van een paar hectare, maar is onderdeel van het Nacional Parque de Tijuca. Dat is het grootste stadsbos ter wereld en ligt in Rio de Janeiro. In eerste instantie was het de bedoeling om naar het stadsbos te gaan, maar uiteindelijk zijn we dus in de botanische tuinen beland. In deze tuinen staan ontzettend veel verschillende bomen en planten vanuit de hele wereld, maar met name van oorsprong Zuid-Amerikaanse.

Veel van de bomen die ik zag zijn normaal gesproken te vinden in het Amazonegebied, waar de natuur veelal ongestoord kan groeien en ontwikkelen. Sommige bomen zijn reusachtig; hun stammen hebben een diameter van wel vijf meter. Daarnaast lijken ze oneindig hoog. Andere bomen hebben weer takken die zorgen voor een enorme spanwijdte. Toen ik bij één van deze bomen stond voor een foto voelde ik mij ontzettend nietig, zoals de mier zich gevoeld zou hebben toen hij mij over hem heen zag leunen.

Vandaag voelde ik mij opnieuw nietig. Niet vanwege een boom, maar wel vanwege de natuur. Waar ik een paar jaar geleden mijzelf nietig voelde tussen de bergen in de Franse Alpen, besefte ik nu aan het strand van de Copacabana dat de mens als persoon niet tegen de wonderen van de natuur opgewassen zal zijn. Het was enorm warm, dus een frisse duik in de Atlantische Oceaan zag ik wel zitten. De kracht waarmee de twee tot drie meter hoge golven tegen het opgespoten strand sloegen was groot en ik kon daar niet tegen op. Hoe zeer ik mij ook inspande om te blijven staan of de golf de baas te zijn, er was altijd wel een grotere, of krachtigere golf die mij neer maaide.

En dan is er ook nog eens de stroming waar de gemiddelde zwemmer niet tegen in kan zwemmen. De ene na de andere zwemmer werd door de krachtige golven terug op het strand geworpen. Ik voelde me ontzettend nietig, toen ik niet bestendig bleek tegen de grote massa water.

Zou de mier zich net zo voelen als ik dat soms doe, of denkt de mier daar niet over na? Wat denkt de mens daar überhaupt over; voelen mensen zich nietig of voelt de mens zich vaker te groot voor deze wereld dan goed voor ze is?

Advertisements

Actions

Information

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s




%d bloggers like this: